In Nederland is het voorjaar natuurlijk al lang begonnen. Maar waar ik woon -in midden Zweden- begint de lente pas echt na half mei. Een ander verschil met Nederland is dat de verschillende eetbare wilde planten hier ook ineens tegelijk tevoorschijn komen. Hoewel de sneeuw alweer geruime tijd weg is, is er lange tijd geen groen blad of een bloem te zien geweest. Maar binnen week zie ik niet alleen klein hoefblad, maar ook brandnetels en de berken krijgen nu ook een frisgroene kroon. Misschien wel het meest opvallende zijn toch wel de gele paardenbloemen in de bermen en in de verschillende grasvelden. Zo’n paardenbloem is makkelijk te herkennen, maar ook makkelijk te herkennen zijn de bladeren die er al zijn voordat de bloem zichtbaar is.
Blad van een paardenbloem herkennen
De bladeren van een paardenbloem groeien in een rozet. Dat betekent dat de bladeren vanuit 1 punt in het midden groeien. Dat komt, omdat precies in dat midden onder de grond een wortel groeit. Dat heet dat weer een penwortel. Zou je zo’n wortel uitgraven, dan kun je die vasthouden als een pen 😉. Maar ermee schrijven kan dan weer niet. Deze wortels zijn trouwens ook eetbaar, maar in dit blog concentreer ik me op de bladeren.
De bladeren zijn lancetvormig. Maar meer opvallend is de bladrand. Die is grof getand. In het Duits en in het Frans heet de paardenbloem dan ook Löwenzahn en Dent-de-lion. De Engelse naam is dan weer afgeleid van de Franse naam: Dandelion. De Zweden noemen de paardenbloem echter Maskros, maar stiekem ook Lejontand. Maskar is een oude verzamelnaam voor kleine insecten. Deze kleine insecten kun je vinden op paardenbloem. De paardenbloem is sowieso een goede plant voor verschillende insecten die nectar en stuifmeel verzamelen. Makkelijker te onthouden, vind ik toch wel: Svensk rucola. Het fijne en leuke is dat je de bladeren met een gerust hart kunt plukken, omdat er uit de wortel altijd weer nieuwe zullen groeien
Nu je het blad weet te herkennen, kun je er een eenvoudige salade mee maken. Het is een klassiek recept uit de Franse keuken dat ook prima met Nederlandse of Zweedse paardenbloembladeren is te maken. De naam Pissenlit is trouwens ook bijzonder en daar kom ik later op terug in een ander blog. Want dit recept maakt onderdeel uit van in totaal drie blogs over de paardenbloem. Een tweede blog gaat over de bloem van de paardenbloem en een derde blog gaat over de inhoudsstoffen, de genezende werking en het conserveren van paardenbloemen.
Pissenlit au lard
Voorgerecht – 2 personen – 20 minuten
Ingrediënten
- 2 handen vol paardenbloembladeren
- 2 bloemen van de paardenbloem
- 1 hand doperwten (vers of diepvries)
- 1 hand sperziebonen (vers of diepvries)
- 70 gram (vegetarische) spekjes*
- 2 el azijn
- 2 el olie
- peper
- evt. 2 zachtgekookte eieren
STAP 1 Snijd de sperziebonen in wat kleinere stukken. Kook ze samen met de doperwten voor 10 minuten. Giet af.
STAP 2 Bak de spekjes lekker bros in wat olie. Haal de spekjes uit de pan, maar bewaar de olie. Voeg de azijn aan de olie toe met wat peper. Je hebt nu een vinaigrette chaude.
STAP 3 Was de paardenbloembladeren en snijd de langere steeltjes eraf. Verwijder de groene omwindselblaadjes en het bloembed van de bloemen.
STAP 4 Roer de doperwtjes, sperziebonen en de paardenbloembladeren kort door de vinaigrette.
STAP 5 Verdeel dit over twee borden. Daar overheen komen de spekjes. Strooi er tot slot nog wat gele bloemblaadjes overheen. Et voila!
Eventueel kun je dit gerecht serveren met een zachtgekookt eitje.
*De spekjes kun je ook vervangen door geroosterde walnoten of croutons.
Wil je een keer komen wildplukken in Zweden? De overeenkomsten en de verschillen met Nederland ontdekken? Dan is de week Zelfverzekerd Wildplukken misschien wel wat voor je.
