0031(0)638777485 wandelenmetevi1972@gmail.com

Voor mij is het inmiddels vanzelfsprekend dat als ik ga wandelen en wildkamperen in Zweden of Noorwegen er gebieden zijn waar er geen bereik is voor je mobiele telefoon. Maar andere wandelaars die ik onderweg tegenkom en deelnemers aan mijn wandelvakanties of cursussen kunnen daar nog wel eens verbaasd -of zelfs geïrriteerd- over zijn. Terwijl er tegelijk juist ook mensen zijn die maar al te graag compleet offline willen zijn. Daarnaast heeft het onderwerp bereikbaarheid ook te maken met elementen van veiligheid onderweg. In deze serie van blogs over de zin en onzin van bereikbaarheid tijdens een meerdaagse hike in afgelegen gebieden ga ik daarom niet alleen in op de technische kant van bereikbaarheid, maar bespreek ik ook de fundamentele aspecten van dit onderwerp. Dit is het eerste deel en gaat over de technische (on)mogelijkheden van bereikbaarheid.

Hoe werkt draadloos communiceren?

Eerst maar eens terug naar de basis. Want hoe werkt dat nu eigenlijk met draadloos communiceren? Het is fijn om hierbij een onderscheid te maken tussen het communiceren via zendmasten en via satellieten. Want op die manier begrijp je ook beter waarom jouw mobiele telefoon soms geen bereik kan hebben in afgelegen gebieden. Terwijl andere apparaten, zoals een gps of satelliettelefoon, wel (bijna) altijd bereik hebben.

Zendmasten & mobiele telefoons

Een zendmast zet elektrische signalen om in onzichtbare radiogolven (elektromagnetische velden) om geluid, beeld of data, zoals mobiel internet en telefoongesprekken, door de lucht te sturen. Heinrich Hertz is de ontdekker van deze radiogolven aan het einde van de 19e eeuw. Terwijl Guglielmo Marconi de uitvinder is van de radio. Een radiogolf verplaatst zich met de snelheid van het licht: 300.000 kilometer per seconde. Wil je nog meer weten over radiogolven en hoe ze werken? Bekijk dan dit artikel: https://jarnobaselier.nl/radiosignalen-wat-zijn-het/.

Zowel een zendmast als een mobiele telefoon zijn radiozenders en hebben een antenne. Een zendmast kan zelfs meerdere antennes hebben, terwijl de antenne van een mobiele telefoon tegenwoordig onzichtbaar is. Hoe dichter je bij een zendmast bent, hoe beter de verbinding is. Een zendmast kan deze signalen ook via kabels doorzenden naar vaste internet- of telefoonnetwerk. Een zendmast heeft maximaal een bereik van 60 kilometer. In de praktijk is de afstand vaak minder.

Zendmasten worden meestal geplaatst in gebieden waar de meeste mensen wonen. Maar jij gaat waarschijnlijk het liefste wandelen en wildkamperen waar weinig mensen komen. Waardoor er dus ook weinig of geen zendmasten staan en er geen of slecht bereik is met je mobiele telefoon. Dat wordt ook wel een ‘white spot’ genoemd. Omdat als je op een kaart kijkt waarop de dekking staat aangegeven de gebieden zonder dekking wit staan aangegeven. Kijk maar eens op deze kaart van een Zweedse provider: https://www.telia.se/support/tackningskarta. Je ziet dan dat hoe dichter je bij de grens met Noorwegen en hoe noordelijker je bent de dekking afwezig is. Maar juist daar zijn juist de mooie gebieden om een meerdaagse hike te houden, zoals Sarek, Padjelanta en Lapland (Samiland). Maar houd er rekening mee dat het bereik in dichte bossen of aan de kust ook slecht kan zijn.

Op een topografische kaart staan zendmasten aangegeven als een klein bolletje met vier ‘pootjes’. Ze staan vaak op een top(je) in de buurt van een grote hut. Ook kleinere hutten hebben  antennes. Een mobiele telefoon is in afgelegen gebieden dus meestal geen betrouwbaar middel om bereikbaar te zijn in het geval van nood.

Satellieten & satellietcommunicators

Terwijl een zendmast een vaste plek op de aarde heeft, beweegt een satelliet in een baan om de aarde. Een satelliet heeft net als een zendmast ook een antenne. Meestal is dat een schotelantenne die dus ook radiogolven kan ontvangen en versturen. Dat gebeurt wel op een andere frequentie, maar daarover kun je beter lezen in het eerder aangehaalde artikel. Er zijn verschillende soorten satellieten die op verschillende hoogtes rondjes draaien om de aarde. Voor wandelaars en wildkampeerders zijn er twee soorten belangrijk: communicatiesatellieten en navigatiesatellieten. Via een communicatiesatelliet kun je daadwerkelijk communiceren, terwijl je met een navigatiesatelliet alleen je positie op de aarde kunt bepalen. Wat zijn nu de kenmerken van deze satellieten?

Inmiddels zijn er maar liefst 4000 communicatiesatellieten die op een afstand van ongeveer 36.000 kilometer van de aarde zijn gepositioneerd. Ze zijn wat heet ‘geostationair’. Dat betekent dat ze dezelfde plek ten opzichte van de aarde behouden. Ze draaien een rondje in ongeveer 24 uur met dezelfde snelheid als de aarde. Wat maar liefst 1670 km/uur is aan de evenaar. Dat heeft Max Verstappen nog niet gehaald 😉. Ze zenden radiosignalen van de ene plek op de aarde naar een andere plek. Op de aarde zijn daarvoor krachtige zendantennes nodig. Een communicatiesatelliet is dus flink aan het werk als je bijvoorbeeld een uitzending WK wielrennen bekijkt die plaatsvindt een ander land. Maar ook als je met een satelliettelefoon belt vanuit Pårtetjåkkå in Sarek Nationalpark.

De 32 navigatiesatellieten liggen wat dichterbij de aarde: op circa 22.000 kilometer. Ze cirkelen in verschillende banen om de aarde en creëren als het waren een netje om ons heen. Deze satellieten leggen wel elke keer dezelfde baan af en doen dat in ongeveer 12 uur. Ze bewegen dus sneller dan de communicatiesatellieten.

Een navigatiesatelliet zendt alleen een signaal uit: ‘Ik ben satelliet nummer 5 en het is 12:10.’ Om je positie zo nauwkeurig mogelijk te bepalen, zijn er minimaal 4 satellieten nodig. Namelijk 1 bron meer dan het aantal dimensies. De drie dimensies die wij nodig hebben, zijn lengte (noord-zuid), breedte (oost-west) en de hoogte (boven-onder zeeniveau). In het filmpje hiernaast wordt dat heel helder uitgelegd.

Op je gps kun je zien hoeveel satellieten er boven je zweven. Terwijl ik dit schrijf, zijn er 8 satellieten boven mij in de ruimte. Je kunt bovendien zien welk nummer ze hebben. Een gps heeft een nauwkeurigheid van ongeveer 10 meter. Omdat de verschillende satellieten samenwerken, duurt het soms even voordat je positie zo nauwkeurig mogelijk is bepaald. Als je bijvoorbeeld met je auto navigeert van A naar B zijn navigatiesatellieten aan het werk om je positie en richting te bepalen. Met een GPS gebeurt hetzelfde.

Als je een apparaat hebt dat beschikt over satellietcommunicatie, zoals bijvoorbeeld Garmin inReach, is in afgelegen gebieden dus grotendeels wel een betrouwbaar middel om bereikbaar te zijn in het geval van nood. Het is zelfs mogelijk om onderweg in contact te blijven met anderen. Van een heel simpel standaard bericht ‘Ik ben okay.’ tot zelfs een gepersonaliseerd spraakbericht aan je oma.

Nu is het heel verleidelijk om meteen door te gaan naar de verschillende mogelijkheden om bereikbaar te zijn. Maar ik vind het interessanter om wat dieper in te gaan op waar de twee gebieden veiligheid en bereikbaarheid elkaar raken en wat de zin of onzin daarvan is. Mijn volgende blog gaat over deze fundamentele kwestie.